Met het warme weer van de afgelopen dagen krijgt iedereen zin om er weer eens lekker op uit te trekken. Zo ook de eigenaren van de rijtuigen maar al spoedig blijkt dan dat er tijdens de winter een of meerdere hoepels los zijn gekomen. Droog winterweer zorgt dat de houten wielen gaan krimpen maar het ijzer krimpt niet mee.
Er zit maar een ding op, naar de smid, wielband eraf, opnieuw opmeten en heet er weer om leggen.

De smid maakt de wielbanden net wat kleiner dan het houten wiel is. Hoeveel kleiner de wielband moet zijn hangt van vele factoren af, je leert als smid om het wiel te schouwen en alle zaken af te wegen. Om het ijzer er nu weer om te krijgen stoken we de band goed heet waardoor hij uit gaat zetten en hij weer om het hout past. Snel wordt de wielband om het hout heen gelegd en dan is het zorgen dat de boel niet in de brand vliegt , snel afkoelen met water dus. De kunst is natuurlijk om de band niet té klein te maken. De kracht van het krimpende ijzer kan met gemak de spaken verbuigen of het wiel kapot maken.
Als smid wil je natuurlijk een het liefst een heel stel wielen achter elkaar aan in orde maken, dat is wel zo gunstig voor de prijs. Het vuur moet worden opgestookt en het eerste wiel duurt dan ook drie kwartier tot een uur om op te warmen. Alle volgende wielen gaan er in een half uur omheen. Een tik met een hamer en een blokje hout hier en daar en de band ligt mooi in het midden van de velg. Dan nog een paar gaatjes erin voor de nagels, een nagel per schenkel is hier de norm.
De wielen kunnen weer op de wagen gezet worden en rijden maar weer. En dan wel ervoor zorgen dat als je je wagen buiten neerzet in de zon dat je dan een natte doek over de wielen aan de zonkant gooit. Anders kan je zo weer naar de smid en begint het hele riedeltje van vooraf aan.